Tussenkomst nav budgetwijziging 2012

Het rekeningoverschot 2011 is te wijten aan het verschuiven van investeringsuitgaven naar 2012. De budgetwijziging 2012 heeft te maken met de stijgende pensioenlasten, het tekort bij het OCMW en het paniekvoetbal over het onderwijs. Het meerjarenbudget – in zover we van een echt meerjarenplan kunnen spreken, want de details gaan maar tot 2013 – wijst op een dramatische vermindering van de investeringsruimte en op een verhoging van de loonkosten tot zeker het eind van volgende legislatuur, wat voor het nieuw beleid geen prettig vooruitzicht is.
Budgetbesprekingen zijn een zeldzame gelegenheid tot wat algemene beschouwingen. Zeker nu ze het laatste wapenfeit zijn voor de verkiezingen. Beschouwingen over de laatste 6 jaar en over wat ons te wachten staat.
In commissie wees de schepen er op dat voor het eerst sinds lang men in deze bestuursperiode kon beschikken over vrij aanzienlijke beleidsmiddelen. Een aantal, helaas éénmalige, inkomsten zorgde er o.m. voor dat investeringen grotendeels met eigen middelen konden gebeuren, zodat de noodzaak om nieuwe leningen op te nemen de eerste jaren nihil was.
En er werden wat reserves opgebouwd om te gebruiken voor specifieke doeleinden.
Het voorzichtig beheer van de financiën is een algemeen erkende verdienste van schepen Bungeneers en zijn equipe. De tegenkanting daarvoor, die niet onbestaande was, kwam zeker niet van onze fractie.
Het college beshcikte de voorbiej bestuursperiode dus over meer middelen dan zijn voorgangers. Zijn ze goed gebruikt? Zijn de doelstellingen uit het bestuursakkoord behaald? Kan dit bestuur zegebulletins uitroepen of heeft het gefaald?
Als iemand die zich vooral met de financies bezig hield, is alle demagogie mij uiteraard vreemd.
Dat dit bestuur niets goeds verwezenlijkt, komt dan ook niet over mijn lippen.
Maar het is niet de rol van de oppositie om dit uit te smeren. Zoveel is het dan ook weer niet.
En wat het is, werd meer dan uitvergroot door de bevriende pers en vooral door de eigen marketing op kosten van de Antwerpenaar. Onder het motto dat men nooit beter gediend is als door zichzelf.
De 6 jaar durende feel-good campagne die de Antwerpenaar er van moest overtuigen hoe gelukkig hij/zij zich mocht prijzen in deze stad te wonen, is wellicht de meest professionele verwezenlijking van dit college.
Maar als men uitgaat van het bestuursakkoord en de concrete beloften daarin vervat, moet ieder objectief waarnemer erkennen dat men in grote mate faalde.
En begin aub niet over park spoor noofd – dat men in zijn enthousiasme de status geeft van Central Park – of het MAS. Goede zaken, daar niet van, maar het is slechts de afwerking van de plannen gestart door uw voorgangers, zoals mevrouw Detiège onlangs fijntjes opmerkte. Want enige rancune is haar niet vreemd.
Maar wat in uw bestuursakkoord stond. Ik citeer letterlijk: “de eerste 6 maand gaan we plannen maken en de volgende 6 jaar gaan we ze realiseren”. Daar kwam niet veel van in huis. Plannen, schetsen, tekeningetjes, vergaderingen, beroemde architecten, brochures, de werf van de eeuw, daar niet van …
De Antwerpse ziekte ten top: plannen met de vloot.
Uitvoeren, dat is wat anders. Het is niet nieuw. Iedere Antwerpse bestuursploeg heeft van die manische momenten die breed worden uitgesmeerd en dan eindigen in een depressie bij gebrek aan geld. De kaaien, het sportstadium, de leien, nieuw zuid, nieuw zurenborg, groene singel, petroleum zuide, slachthuissite, 2000 serviceflats … En dan hebben we het nog maar over de infrastructuur.
Tijdens uw bestuursperiode

  • Werd de criminaliteit niet teruggedrongen,
  • Steeg de werkloosheid en de armoede,
  • Verlieten arbeidsintensieve bedrijven de stad,
  • Kwamen er anderzijds nauwelijks bedrijven bij,
  • Stroomden inwoners toe die de stad belasten, geld kosten, die zonder enige toegevoegde waarde zijn,
  • Verlieten anderzijds jonge Vlaamse tweeverdieners de stad,
  • Staat het oplossen van een economie dodende verkeerschaos verder weg dan ooit,
  • Leidt de lang voorspelde onderwijsproblematiek tot paniekvoetbal.

De lijst van bestuursfalen is oneindig lang en overtreft helaas het weinige positieve dat deze bestuursperiode nalaat.
We betreuren dat, omdat we houden van deze stad die de onze is en die we pijnlijk zien wegglijden van de status die ze verdient.
En nu, dat is misschien wel het ergste: het geld is op!
De reserves zijn grotendeels weg, maar de uitdagingen zijn enorm.
In de toekomst zal er bij ongewijzigd beleid meer en meer geld nodig zijn voor o.m. het onderwijs, het OCMW, de ambtenarenpensioenen, de ouderenzorg, enzovoort.
De investeringsruimte zal dramatisch inkrimpen en voor wat men investeert, zal men moeten lenen. Het volgende bestuur zal dus in toenemende mate geconfronteerd worden met een stadskas die grote projecten niet meer aankan en onvoldoende investeren is achteruitgang.
Hetgeen niet belet dat men in de programmabrochures weer kwistig tekeningetjes zal produceren over groene singels, overdekte ringen en indrukwekkende bouwsels.
Dit kan de stad natuurlijk niet alleen oplossen.
Morgen krijgt Brussel jaarlijks honderden miljoenen bij de staatskas omdat, hoe bestaat het, dit de prijs is voor de splitsing van BHV. Een prijs om de wettelijkheid af te dwingen.
Brussel heeft dit geld nodig, zogezegd om zijn prestige als hoofdstad, als Europese stad, te honoreren.
Wel, Antwerpen is de feitelijke hoofdstad van Vlaanderen, zowel economisch als cultureel, en moet dit kunnen waarmaken.
Als er geen extra externe middelen bijkomen of kwijtschelding van historische schulden, dan wordt dit een arme stad omringd door een rijke rand.
Natuurlijk, voor wat hoort wat.
Hoort een bestuur dat beter is dan het afscheidnemende in faling.
Ten slotte nog dit.
Wat partijen doen met hun mandatarissen, is uiteraard niet onze zaak. Maar niets belet ons onze waardering te uiten ten overstaan van schepen Bungeneers. Zonder zijn medewerker, de heer De Goergse te vergeten. Hij wordt nu overal geroemd en geprezen als een uitstekende vakschepen. In pers en publiek. Door mens en dier. Wat eerder uitzonderlijk is. Vooral wat de laatste categorie betreft. Bijkomend ervaren wij hem als iemand die ook respect opbracht voor de oppositie. Wij wensen hem bij dit laatste financiële evenement voor de verkiezingen het allerbeste toe.

Hugo Verelst
Gemeenteraadslid

Het rekeningoverschot 2011 is te wijten aan het verschuiven van investeringsuitgaven naar 2012. De budgetwijziging 2012 heeft te maken met de stijgende pensioenlasten, het tekort bij het OCMW en het paniekvoetbal over het onderwijs. Het meerjarenbudget – in zover we van een echt meerjarenplan kunnen spreken, want de details gaan maar tot 2013 – wijst op een dramatische vermindering van de investeringsruimte en op een verhoging van de loonkosten tot zeker het eind van volgende legislatuur, wat voor het nieuw beleid geen prettig vooruitzicht is.
Budgetbesprekingen zijn een zeldzame gelegenheid tot wat algemene beschouwingen. Zeker nu ze het laatste wapenfeit zijn voor de verkiezingen. Beschouwingen over de laatste 6 jaar en over wat ons te wachten staat.
In commissie wees de schepen er op dat voor het eerst sinds lang men in deze bestuursperiode kon beschikken over vrij aanzienlijke beleidsmiddelen. Een aantal, helaas éénmalige, inkomsten zorgde er o.m. voor dat investeringen grotendeels met eigen middelen konden gebeuren, zodat de noodzaak om nieuwe leningen op te nemen de eerste jaren nihil was.
En er werden wat reserves opgebouwd om te gebruiken voor specifieke doeleinden.
Het voorzichtig beheer van de financiën is een algemeen erkende verdienste van schepen Bungeneers en zijn equipe. De tegenkanting daarvoor, die niet onbestaande was, kwam zeker niet van onze fractie.
Het college beshcikte de voorbiej bestuursperiode dus over meer middelen dan zijn voorgangers. Zijn ze goed gebruikt? Zijn de doelstellingen uit het bestuursakkoord behaald? Kan dit bestuur zegebulletins uitroepen of heeft het gefaald?
Als iemand die zich vooral met de financies bezig hield, is alle demagogie mij uiteraard vreemd.
Dat dit bestuur niets goeds verwezenlijkt, komt dan ook niet over mijn lippen.
Maar het is niet de rol van de oppositie om dit uit te smeren. Zoveel is het dan ook weer niet.
En wat het is, werd meer dan uitvergroot door de bevriende pers en vooral door de eigen marketing op kosten van de Antwerpenaar. Onder het motto dat men nooit beter gediend is als door zichzelf.
De 6 jaar durende feel-good campagne die de Antwerpenaar er van moest overtuigen hoe gelukkig hij/zij zich mocht prijzen in deze stad te wonen, is wellicht de meest professionele verwezenlijking van dit college.
Maar als men uitgaat van het bestuursakkoord en de concrete beloften daarin vervat, moet ieder objectief waarnemer erkennen dat men in grote mate faalde.
En begin aub niet over park spoor noofd – dat men in zijn enthousiasme de status geeft van Central Park – of het MAS. Goede zaken, daar niet van, maar het is slechts de afwerking van de plannen gestart door uw voorgangers, zoals mevrouw Detiège onlangs fijntjes opmerkte. Want enige rancune is haar niet vreemd.
Maar wat in uw bestuursakkoord stond. Ik citeer letterlijk: “de eerste 6 maand gaan we plannen maken en de volgende 6 jaar gaan we ze realiseren”. Daar kwam niet veel van in huis. Plannen, schetsen, tekeningetjes, vergaderingen, beroemde architecten, brochures, de werf van de eeuw, daar niet van …
De Antwerpse ziekte ten top: plannen met de vloot.
Uitvoeren, dat is wat anders. Het is niet nieuw. Iedere Antwerpse bestuursploeg heeft van die manische momenten die breed worden uitgesmeerd en dan eindigen in een depressie bij gebrek aan geld. De kaaien, het sportstadium, de leien, nieuw zuid, nieuw zurenborg, groene singel, petroleum zuide, slachthuissite, 2000 serviceflats … En dan hebben we het nog maar over de infrastructuur.
Tijdens uw bestuursperiode

  • Werd de criminaliteit niet teruggedrongen,
  • Steeg de werkloosheid en de armoede,
  • Verlieten arbeidsintensieve bedrijven de stad,
  • Kwamen er anderzijds nauwelijks bedrijven bij,
  • Stroomden inwoners toe die de stad belasten, geld kosten, die zonder enige toegevoegde waarde zijn,
  • Verlieten anderzijds jonge Vlaamse tweeverdieners de stad,
  • Staat het oplossen van een economie dodende verkeerschaos verder weg dan ooit,
  • Leidt de lang voorspelde onderwijsproblematiek tot paniekvoetbal.

De lijst van bestuursfalen is oneindig lang en overtreft helaas het weinige positieve dat deze bestuursperiode nalaat.
We betreuren dat, omdat we houden van deze stad die de onze is en die we pijnlijk zien wegglijden van de status die ze verdient.
En nu, dat is misschien wel het ergste: het geld is op!
De reserves zijn grotendeels weg, maar de uitdagingen zijn enorm.
In de toekomst zal er bij ongewijzigd beleid meer en meer geld nodig zijn voor o.m. het onderwijs, het OCMW, de ambtenarenpensioenen, de ouderenzorg, enzovoort.
De investeringsruimte zal dramatisch inkrimpen en voor wat men investeert, zal men moeten lenen. Het volgende bestuur zal dus in toenemende mate geconfronteerd worden met een stadskas die grote projecten niet meer aankan en onvoldoende investeren is achteruitgang.
Hetgeen niet belet dat men in de programmabrochures weer kwistig tekeningetjes zal produceren over groene singels, overdekte ringen en indrukwekkende bouwsels.
Dit kan de stad natuurlijk niet alleen oplossen.
Morgen krijgt Brussel jaarlijks honderden miljoenen bij de staatskas omdat, hoe bestaat het, dit de prijs is voor de splitsing van BHV. Een prijs om de wettelijkheid af te dwingen.
Brussel heeft dit geld nodig, zogezegd om zijn prestige als hoofdstad, als Europese stad, te honoreren.
Wel, Antwerpen is de feitelijke hoofdstad van Vlaanderen, zowel economisch als cultureel, en moet dit kunnen waarmaken.
Als er geen extra externe middelen bijkomen of kwijtschelding van historische schulden, dan wordt dit een arme stad omringd door een rijke rand.
Natuurlijk, voor wat hoort wat.
Hoort een bestuur dat beter is dan het afscheidnemende in faling.
Ten slotte nog dit.
Wat partijen doen met hun mandatarissen, is uiteraard niet onze zaak. Maar niets belet ons onze waardering te uiten ten overstaan van schepen Bungeneers. Zonder zijn medewerker, de heer De Goergse te vergeten. Hij wordt nu overal geroemd en geprezen als een uitstekende vakschepen. In pers en publiek. Door mens en dier. Wat eerder uitzonderlijk is. Vooral wat de laatste categorie betreft. Bijkomend ervaren wij hem als iemand die ook respect opbracht voor de oppositie. Wij wensen hem bij dit laatste financiële evenement voor de verkiezingen het allerbeste toe.

Hugo Verelst
Gemeenteraadslid

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...