Tussenkomst nav budget 2012

De opmaak van voorliggend budget en meerjarenplan naar de normen van de “beleids- en beheerscyclus” resulteert met een breuk met het verleden wat betreft de verkregen informatie.
Waar we voorheen konden kennis nemen van gedetailleerde omschrijvingen en bedragen van specifieke kosten en baten en hun evolutie, zowel uit voorbije als toekomstige jaren, worden we nu geconfronteerd met een aantal tabbelen, die zich samenvoegen tot weer andere tabellen om uiteindelijk te resulteren in de supertabel “schema M2 de staat van het financiële evenwicht”. De omschrijvingen beperken zich tot “exploitatie, investeringen en andere”.
Probeer daaruit maar een af te leiden hoe, bij wijze van voorbeeld, de energiekosten evolueren of welke specifieke projecten er worden gefinancierd uit het investeringsbudget, en hoeveel die kosten.
Gelukkig zorgde de oneindige goedheid van de schepen voor enige “bijkomende informatie”, zodat we tenminste weten hoeveel de personeelsuitgaven bedragen, en de overdrachten (want anders hadden wij de +/- 500 posten werkingssubsidies uit het boekdeel “budget 2012” blz 23 en volgende nog zelf moeten optellen). In dit verband willen we nog eens opmerken dat meer dan de helft van de uitgaven, 523 miljoen, (woorden weggevallen) autonome gemeentebedrijven en 1001 organisaties die niet of nauwelijks onder (woorden weggevallen).
Maar zelfs met die bijkomende informatie blijven we minder goed ingelicht bij dit nieuwe systeem dan voorheen.
Natuurlijk zijn er ook positieve kanten aan, zoals het samenvoegen van het exploitatie- en het investeringsbudget, zodat we nu meer duidelijkheid krijgen van de werkelijke financiële toestand.
Bij de budgetwijziging 2011 stelde ik al de vraag waar de 500 miljoen tegoeden – ik rond natuurlijk af – uit vorige jaren plots naartoe waren. De schepen antwoordde toen: “ze zijn er nog, maar ge ziet ze niet meer”.
Nou, nu blijkt dat ze er niet meer zijn. ’t Ging maar om een interpretatie die nu niet meer mag. Nl. de ruim 500 miljoen leningen die de voorbije jaren niet werden opgenomen omdat de investeringen met eigen kasmiddelen werden gedaan,… die 500 miljoen toegestane, maar niet gebruikte leningen mogen niet meer als een fictief tegoed beschouwd worden.
Dat is tenminste wat ik er uit opmaak.
Heb ik het mis en bestaat die verborgen spaarpot toch nog, verzoek ik de schepen me dat te laten weten, met bewijzen natuurlijk.
Maar ondertussen geloof ik dat de tabel M2 de min of meer correcte situatie weergeeft.
Er is een budgetaire resultaat van 187 miljoen in 2012. Maar gezien het grootste gedeelte van dit bedrag bestemde gelde zijn, die dus al gereserveerd zijn, blijkt het uiteindelijke positief resultaat slechts 41 miljoen te zijn. (Toen we de begroting 2011 bespraken verleden jaar, werd bij de prognose 2012 nog een algemeen begrotingsresultaat van 358 miljoen vooropgesteld.)
Voor 2012 dus nu 41 miljoen, voor 2013 32 miljoen, voor 2014 24,8 miljoen. Dat is wel het hoogst toegelaten minimum, want het is gelijk aan de verplichte “reserve voor onvoorziene omstandigheden”. Zakt men daaronder, dan is het budget negatief en dat mag niet.
Schepen, collega’s, we komen uit een budgettair gunstige periode met heel wat meevallers, zodat de investeringen zelfs grotendeels met eigen middelen konden gebeuren.
Hoewel het algemeen beleid ons niet zint, hebben we de schepen en zijn medewerkers in het verleden geprezen om het beheer van de financiën. Hij zal dan met ons wel willen erkennen dat de volgende jaren zich veel somberder aankondigen.
– De dividenden gaan in dalende lijn. En niet alleen door het overlijden van de Gemeentelijke Holding.
– Uitzonderlijke opbrengsten liggen niet in het vooruitzicht.
– De financiële situatie op federaal en gewestelijk vlak maakt de toekomst van extreme fondsen (bvb stedenfonds) zeer onzeker.
– De pensioenkas van vast benoemde ambtenaren wordt de volgende jaren onhoudbaar wanneer deze alleen moet gedragen worden door de stad.
– De bevolkingsaangroei in Antwerpen resulteert in meer lasten dan baten. Denk maar aan OCMW, dank aan onderwijs. Want waar nog steeds jonge tweeverdieners de stad verlaten, is er de steeds toenemende instroom van behoeftigheid.

Wanneer de kosten voor de dagdagelijkse exploitatie en die van de schulden vlugger stijgen dan de ontvangsten, krimpt de ruimte voor investeringen.
Dat gebeurt nu al voor 2012 en zet zich de volgende jaren door. In 2011 voorzag men nog meer dan 200 mm voor investeringen, in 2012 zakt dat tot een goeie 100 mm, in 2013 zelfs tot nog geen 70 mm. Dat is het niveau van 15 jaar geleden. En dan is het nog zo dat men met 70 mm in 2013 de helft minder kan realiseren dan vijftien jaar terug.
Een stad die nog nauwelijks kan investeren gaat achteruit en verarmt. Verstandig investeren is een waarborg voor de toekomst, schept werkgelegenheid, enzovoort.
Nu al is de ruimte om te investeren uit de begrotingsoverschotten uit het verleden op. Men moet dus meer lenen. Voor 2012 voorziet men 160 miljoen nieuwe leningen. Niettegenstaande de belangrijke oplossingen voor de historische saneringsleningen, stijgen de financiële schulden van 1,139 mm op 01/01/2012 tot 1,219 mm op 31/12/2013. En stijgen de jaarlijkse leningslasten van 129 mm in 2012 tot 146 mm in 2013.

Schepen, collega’s,
Zoals ook I.F. nog eens opmerkt, zal de toelage aan het OCMW weer eens niet volstaan om het tekort te dekken.
En weer eens wil de stad dit tekort met een jaar vertraging betalen. Waarom toch blijft men dit onorthodox beleid voeren. Omdat anders het budget negatief zou eindigen wanneer men de werkelijkheid zou tonen?
In dit systeem valt het niet gebudgetteerd tekort 2012 van het OCMW ten laste van het budget 2013. Van een nieuwe bestuur dus. Dat mag je toch niet doen.
Tot slot. Het “meerjarenplan” gaat maar tot 2013. “De staat van het financieel evenwicht” slechts tot 2014. Maar dragen reeds de tekenen van een verslechterde financiële situatie die na 2014 nog zal verergeren. Maar de stad heeft nu al engagementen aangegaan die slechts vanaf of na 2014 bijkomende middelen vragen. Bvb de Oosterweel-verbinding. En de burgemeester zal toch eens moeten beginnen aan het project van de scheldekaaien. Alle mogelijkheden om er toch maar niet daadwerkelijk aan te beginnen, raken toch één keer uitgeput vooraleer het belachelijk wordt.
Eén troost, om het positief te beëindigen, van het voetbalstadion is hij van af. Dit geld moet u, schepen, niet meer budgetteren.

Hugo Verhelst
Gemeenteraadslid

De opmaak van voorliggend budget en meerjarenplan naar de normen van de “beleids- en beheerscyclus” resulteert met een breuk met het verleden wat betreft de verkregen informatie.
Waar we voorheen konden kennis nemen van gedetailleerde omschrijvingen en bedragen van specifieke kosten en baten en hun evolutie, zowel uit voorbije als toekomstige jaren, worden we nu geconfronteerd met een aantal tabbelen, die zich samenvoegen tot weer andere tabellen om uiteindelijk te resulteren in de supertabel “schema M2 de staat van het financiële evenwicht”. De omschrijvingen beperken zich tot “exploitatie, investeringen en andere”.
Probeer daaruit maar een af te leiden hoe, bij wijze van voorbeeld, de energiekosten evolueren of welke specifieke projecten er worden gefinancierd uit het investeringsbudget, en hoeveel die kosten.
Gelukkig zorgde de oneindige goedheid van de schepen voor enige “bijkomende informatie”, zodat we tenminste weten hoeveel de personeelsuitgaven bedragen, en de overdrachten (want anders hadden wij de +/- 500 posten werkingssubsidies uit het boekdeel “budget 2012” blz 23 en volgende nog zelf moeten optellen). In dit verband willen we nog eens opmerken dat meer dan de helft van de uitgaven, 523 miljoen, (woorden weggevallen) autonome gemeentebedrijven en 1001 organisaties die niet of nauwelijks onder (woorden weggevallen).
Maar zelfs met die bijkomende informatie blijven we minder goed ingelicht bij dit nieuwe systeem dan voorheen.
Natuurlijk zijn er ook positieve kanten aan, zoals het samenvoegen van het exploitatie- en het investeringsbudget, zodat we nu meer duidelijkheid krijgen van de werkelijke financiële toestand.
Bij de budgetwijziging 2011 stelde ik al de vraag waar de 500 miljoen tegoeden – ik rond natuurlijk af – uit vorige jaren plots naartoe waren. De schepen antwoordde toen: “ze zijn er nog, maar ge ziet ze niet meer”.
Nou, nu blijkt dat ze er niet meer zijn. ’t Ging maar om een interpretatie die nu niet meer mag. Nl. de ruim 500 miljoen leningen die de voorbije jaren niet werden opgenomen omdat de investeringen met eigen kasmiddelen werden gedaan,… die 500 miljoen toegestane, maar niet gebruikte leningen mogen niet meer als een fictief tegoed beschouwd worden.
Dat is tenminste wat ik er uit opmaak.
Heb ik het mis en bestaat die verborgen spaarpot toch nog, verzoek ik de schepen me dat te laten weten, met bewijzen natuurlijk.
Maar ondertussen geloof ik dat de tabel M2 de min of meer correcte situatie weergeeft.
Er is een budgetaire resultaat van 187 miljoen in 2012. Maar gezien het grootste gedeelte van dit bedrag bestemde gelde zijn, die dus al gereserveerd zijn, blijkt het uiteindelijke positief resultaat slechts 41 miljoen te zijn. (Toen we de begroting 2011 bespraken verleden jaar, werd bij de prognose 2012 nog een algemeen begrotingsresultaat van 358 miljoen vooropgesteld.)
Voor 2012 dus nu 41 miljoen, voor 2013 32 miljoen, voor 2014 24,8 miljoen. Dat is wel het hoogst toegelaten minimum, want het is gelijk aan de verplichte “reserve voor onvoorziene omstandigheden”. Zakt men daaronder, dan is het budget negatief en dat mag niet.
Schepen, collega’s, we komen uit een budgettair gunstige periode met heel wat meevallers, zodat de investeringen zelfs grotendeels met eigen middelen konden gebeuren.
Hoewel het algemeen beleid ons niet zint, hebben we de schepen en zijn medewerkers in het verleden geprezen om het beheer van de financiën. Hij zal dan met ons wel willen erkennen dat de volgende jaren zich veel somberder aankondigen.
– De dividenden gaan in dalende lijn. En niet alleen door het overlijden van de Gemeentelijke Holding.
– Uitzonderlijke opbrengsten liggen niet in het vooruitzicht.
– De financiële situatie op federaal en gewestelijk vlak maakt de toekomst van extreme fondsen (bvb stedenfonds) zeer onzeker.
– De pensioenkas van vast benoemde ambtenaren wordt de volgende jaren onhoudbaar wanneer deze alleen moet gedragen worden door de stad.
– De bevolkingsaangroei in Antwerpen resulteert in meer lasten dan baten. Denk maar aan OCMW, dank aan onderwijs. Want waar nog steeds jonge tweeverdieners de stad verlaten, is er de steeds toenemende instroom van behoeftigheid.

Wanneer de kosten voor de dagdagelijkse exploitatie en die van de schulden vlugger stijgen dan de ontvangsten, krimpt de ruimte voor investeringen.
Dat gebeurt nu al voor 2012 en zet zich de volgende jaren door. In 2011 voorzag men nog meer dan 200 mm voor investeringen, in 2012 zakt dat tot een goeie 100 mm, in 2013 zelfs tot nog geen 70 mm. Dat is het niveau van 15 jaar geleden. En dan is het nog zo dat men met 70 mm in 2013 de helft minder kan realiseren dan vijftien jaar terug.
Een stad die nog nauwelijks kan investeren gaat achteruit en verarmt. Verstandig investeren is een waarborg voor de toekomst, schept werkgelegenheid, enzovoort.
Nu al is de ruimte om te investeren uit de begrotingsoverschotten uit het verleden op. Men moet dus meer lenen. Voor 2012 voorziet men 160 miljoen nieuwe leningen. Niettegenstaande de belangrijke oplossingen voor de historische saneringsleningen, stijgen de financiële schulden van 1,139 mm op 01/01/2012 tot 1,219 mm op 31/12/2013. En stijgen de jaarlijkse leningslasten van 129 mm in 2012 tot 146 mm in 2013.

Schepen, collega’s,
Zoals ook I.F. nog eens opmerkt, zal de toelage aan het OCMW weer eens niet volstaan om het tekort te dekken.
En weer eens wil de stad dit tekort met een jaar vertraging betalen. Waarom toch blijft men dit onorthodox beleid voeren. Omdat anders het budget negatief zou eindigen wanneer men de werkelijkheid zou tonen?
In dit systeem valt het niet gebudgetteerd tekort 2012 van het OCMW ten laste van het budget 2013. Van een nieuwe bestuur dus. Dat mag je toch niet doen.
Tot slot. Het “meerjarenplan” gaat maar tot 2013. “De staat van het financieel evenwicht” slechts tot 2014. Maar dragen reeds de tekenen van een verslechterde financiële situatie die na 2014 nog zal verergeren. Maar de stad heeft nu al engagementen aangegaan die slechts vanaf of na 2014 bijkomende middelen vragen. Bvb de Oosterweel-verbinding. En de burgemeester zal toch eens moeten beginnen aan het project van de scheldekaaien. Alle mogelijkheden om er toch maar niet daadwerkelijk aan te beginnen, raken toch één keer uitgeput vooraleer het belachelijk wordt.
Eén troost, om het positief te beëindigen, van het voetbalstadion is hij van af. Dit geld moet u, schepen, niet meer budgetteren.

Hugo Verhelst
Gemeenteraadslid

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...