Tussenkomst nav begrotingsbespreking 2011

Laten we beginne met het goede nieuws.


Zoals vorige jaren erkennen we dat de stadskas over vrij ruime reserves beschikt. 391 miljoen is niet niks. Opgebouwd door éénmalige meevallers zoals uitzonderlijke dividenden en het vertraagd of niet uitvoeren van geplande investeringen.


Echter, wanneer we voorliggende meerjarenplanning mogen geloven, smelt deze reserve de volgende jaren als sneeuw voor de zon.


Door negatieve resultaten van de eigen dienstjaren vanaf 2012 kalft deze reserve af. Tegen 2015 met meer dan 200 miljoen. Indien deze tendens zich voortzet ziet de financiële toekomst er eerder zorgwekkend uit.


 


Hoofdreden van deze evolutie zijn de schuduitgaven. Zo verhoogt de kost van de investeringsleningen jaar na jaar. Van 35 miljoen in 2011 tot 85 miljoen in 2015. En deze van de saneringsleningen van 102 tot 120 miljoen. 70 miljoen meer schulduitgaven in 2015 dan in 2011.


Er wordt voor deze evolutie geen uitleg gegeven. Misschien is het dan toch de bedoeling uiteindelijk te starten met de uitvoering van sinds lang aangekondigde investeringen zoals: de kaaien, het voetbalstadion, de omgeving van de leien enz.


We zullen zien.


 


De inspanning van 352 miljoen die de stad en aanverwanten bij de realisatie van de Oosterweelsaga moeten leveren, wordt nog niet weerspiegeld in de meerjarenplanning. Maar door de verdwijntruk richting haven en Vespa blijft er volgens de schepen toch slechts 61 miljoen ten laste van de stad.


Een peulschil dus die ons behoed voor grote zorgen en het ontslag van een schepen.


Wat opvalt is dat het budget 2011 bijna 200 miljoen minder bedraagt dan dit van 2010.


Dat heeft alles te maken met de oprichting van weer eens autonome stadsbedrijven. Zoals AG stedelijk onderwijs en AG kinderdagverblijven.


Waarbij eens te meer belangrijke budgetten aan het rechtstreeks oog van de gemeenteraad onttrokken worden.


Want dat is uiteindelijk de realiteit.


In naam van deskundig en functioneel beheer, versus, de zelfverklaarde onbekwaamheid van de stedelijke administratie (en de gemeenteraad) gaat men onverdroten verder met de opbouw van verzelfstandigde entiteiten.


Die deze gemeenteraad, en meer bepaald deze begrotingsbesprekingen, uiteindelijk zullen degraderen.


Tot een forum dat zich uiteindelijk zal mogen uitspreken over de prijs van vuilzakken en de kleur van de terrasstoelen.


 


Dat resulteert zich dan ook in het cijfer van de “overdrachten”.


Op een totaal budget van goed 1 miljard uitgaven, wordt meer dan 500 miljoen doorgesluisd via opdrachten en dotaties.


Inspecties financiën trekt er terecht de aandacht op dat de meeste van die vzw’s en stadsbedrijven zelf nog geen begroting voor 2011 hebben opgesteld.


En dus stad dus blindelings geld doorstort.


Terwijl de natuurlijke volgorde is dat deze bedrijven eerst hun budget opmaken, dit vervolgens kritisch laten controleren door IF en andere bevoegde diensten. Waarna de stad uiteindelijk in overleg haar bijdrage vast stelt.


Wanneer we voorliggend budget 2011 meer in detail beoordelen, hebben we een aantal bedenkingen.


 


ONTVANGSTEN


 


De “overdrachten” die goed zijn voor meer dan 90% van alle ontvangsten zijn voor het overgrote deel onbevestigd door de besturen die deze overdrachten moeten uitvoeren. De bedragen vanuit het Gemeentefonds, Eliafonds, Personenbelasting, Onroerende Voorheffing zijn slechts ramingen die bij begrotingswijziging moeten rechtgezet worden.


(In het totaal gaat het hier om 860 miljoen.)


Wat betreft het “Federaal Grootstedenbeleid” (6,5 miljoen in gewone en 10 miljoen in buitengewone begroting) weet men zelfs nog niet of dit in 2011 zal blijven bestaan.


 


Bij de “dividenden” werd er een inkomst van 3,052 miljoen ingeschreven vanwege de Gemeentelijke Holding. Mijns inziens tegen beter weten in, aangezien de situatie bij Dexia waaruit de Gemeentelijke Holding zijn inkomsten haalt.


Tenzij de schepen me nu kan bevestigen dat een identiek bedrag dat voor 2010 voorzien werd, effectief betaald is. Dan sla ik met genoegen mea culpa.


 


UITGAVEN


 


Bij de grote post “personeelsuitgaven” wordt geen indexaanpassing in 2011 voorzien. Gezien de inflatie op jaarbasis nu rond 3% schommelt en de laatste indexaanpassing in oktober 2010 gebeurde, zou het van voorzichtigheid getuigen toch rekening te houden met toch één indexaanpassing in de 2de helft van 2011.


 


En dan is er natuurlijk de dotatie aan het OCMW.


Die evolueert op een rustige manier met niets meer dan een indexaanpassing tegenover het budget 2010.


Terwijl men nu al goed weet dat de dotatie 2010 bij alnge na niet zal volstaan.


En dat er bij de volgende begrotingswijziging tussen de 10 en 15 miljoen zal moeten bijgepast worden als “uitagven vorige jaren”.


Men weet dat dit voor 2011 niet anders zal zijn.


Waarom steekt men hier toch de kop in het zand? En past men de dotatie van het OCMW niet aan, aan de reële situatie?


 


Voorgaande opmerkingen resulteren in de bedenkingen dat meer realisme bij bepaalde uitgaven en ontvangstposten het resultaat voor het eigen dienstjaar eerder negatief zou uitvallen.


 


IF formuleert een aantal opmerkingen, suggesties en twijfels.


Hopelijk wordt daar rekening mee gehouden.


Het toenemend aantal dochters en autonome bedrijven maken de taak van IF meer omvattend en moeilijker.


Nochtans is het voor ons, gemeenteraadsleden, essentieel dat IF de mensen en middelen krijgt om al deze bedrijven veel grondiger, dan in het beste geval steeksproefgewijze, te onderzoeken. IF is in feite onze enige houvast.


 


Ten slotte onze dank aan ieder die meegewerkt heeft aan de verstrekte documentatie.

Hugo Verelst
Gemeenteraadslid

Laten we beginne met het goede nieuws.


Zoals vorige jaren erkennen we dat de stadskas over vrij ruime reserves beschikt. 391 miljoen is niet niks. Opgebouwd door éénmalige meevallers zoals uitzonderlijke dividenden en het vertraagd of niet uitvoeren van geplande investeringen.


Echter, wanneer we voorliggende meerjarenplanning mogen geloven, smelt deze reserve de volgende jaren als sneeuw voor de zon.


Door negatieve resultaten van de eigen dienstjaren vanaf 2012 kalft deze reserve af. Tegen 2015 met meer dan 200 miljoen. Indien deze tendens zich voortzet ziet de financiële toekomst er eerder zorgwekkend uit.


 


Hoofdreden van deze evolutie zijn de schuduitgaven. Zo verhoogt de kost van de investeringsleningen jaar na jaar. Van 35 miljoen in 2011 tot 85 miljoen in 2015. En deze van de saneringsleningen van 102 tot 120 miljoen. 70 miljoen meer schulduitgaven in 2015 dan in 2011.


Er wordt voor deze evolutie geen uitleg gegeven. Misschien is het dan toch de bedoeling uiteindelijk te starten met de uitvoering van sinds lang aangekondigde investeringen zoals: de kaaien, het voetbalstadion, de omgeving van de leien enz.


We zullen zien.


 


De inspanning van 352 miljoen die de stad en aanverwanten bij de realisatie van de Oosterweelsaga moeten leveren, wordt nog niet weerspiegeld in de meerjarenplanning. Maar door de verdwijntruk richting haven en Vespa blijft er volgens de schepen toch slechts 61 miljoen ten laste van de stad.


Een peulschil dus die ons behoed voor grote zorgen en het ontslag van een schepen.


Wat opvalt is dat het budget 2011 bijna 200 miljoen minder bedraagt dan dit van 2010.


Dat heeft alles te maken met de oprichting van weer eens autonome stadsbedrijven. Zoals AG stedelijk onderwijs en AG kinderdagverblijven.


Waarbij eens te meer belangrijke budgetten aan het rechtstreeks oog van de gemeenteraad onttrokken worden.


Want dat is uiteindelijk de realiteit.


In naam van deskundig en functioneel beheer, versus, de zelfverklaarde onbekwaamheid van de stedelijke administratie (en de gemeenteraad) gaat men onverdroten verder met de opbouw van verzelfstandigde entiteiten.


Die deze gemeenteraad, en meer bepaald deze begrotingsbesprekingen, uiteindelijk zullen degraderen.


Tot een forum dat zich uiteindelijk zal mogen uitspreken over de prijs van vuilzakken en de kleur van de terrasstoelen.


 


Dat resulteert zich dan ook in het cijfer van de “overdrachten”.


Op een totaal budget van goed 1 miljard uitgaven, wordt meer dan 500 miljoen doorgesluisd via opdrachten en dotaties.


Inspecties financiën trekt er terecht de aandacht op dat de meeste van die vzw’s en stadsbedrijven zelf nog geen begroting voor 2011 hebben opgesteld.


En dus stad dus blindelings geld doorstort.


Terwijl de natuurlijke volgorde is dat deze bedrijven eerst hun budget opmaken, dit vervolgens kritisch laten controleren door IF en andere bevoegde diensten. Waarna de stad uiteindelijk in overleg haar bijdrage vast stelt.


Wanneer we voorliggend budget 2011 meer in detail beoordelen, hebben we een aantal bedenkingen.


 


ONTVANGSTEN


 


De “overdrachten” die goed zijn voor meer dan 90% van alle ontvangsten zijn voor het overgrote deel onbevestigd door de besturen die deze overdrachten moeten uitvoeren. De bedragen vanuit het Gemeentefonds, Eliafonds, Personenbelasting, Onroerende Voorheffing zijn slechts ramingen die bij begrotingswijziging moeten rechtgezet worden.


(In het totaal gaat het hier om 860 miljoen.)


Wat betreft het “Federaal Grootstedenbeleid” (6,5 miljoen in gewone en 10 miljoen in buitengewone begroting) weet men zelfs nog niet of dit in 2011 zal blijven bestaan.


 


Bij de “dividenden” werd er een inkomst van 3,052 miljoen ingeschreven vanwege de Gemeentelijke Holding. Mijns inziens tegen beter weten in, aangezien de situatie bij Dexia waaruit de Gemeentelijke Holding zijn inkomsten haalt.


Tenzij de schepen me nu kan bevestigen dat een identiek bedrag dat voor 2010 voorzien werd, effectief betaald is. Dan sla ik met genoegen mea culpa.


 


UITGAVEN


 


Bij de grote post “personeelsuitgaven” wordt geen indexaanpassing in 2011 voorzien. Gezien de inflatie op jaarbasis nu rond 3% schommelt en de laatste indexaanpassing in oktober 2010 gebeurde, zou het van voorzichtigheid getuigen toch rekening te houden met toch één indexaanpassing in de 2de helft van 2011.


 


En dan is er natuurlijk de dotatie aan het OCMW.


Die evolueert op een rustige manier met niets meer dan een indexaanpassing tegenover het budget 2010.


Terwijl men nu al goed weet dat de dotatie 2010 bij alnge na niet zal volstaan.


En dat er bij de volgende begrotingswijziging tussen de 10 en 15 miljoen zal moeten bijgepast worden als “uitagven vorige jaren”.


Men weet dat dit voor 2011 niet anders zal zijn.


Waarom steekt men hier toch de kop in het zand? En past men de dotatie van het OCMW niet aan, aan de reële situatie?


 


Voorgaande opmerkingen resulteren in de bedenkingen dat meer realisme bij bepaalde uitgaven en ontvangstposten het resultaat voor het eigen dienstjaar eerder negatief zou uitvallen.


 


IF formuleert een aantal opmerkingen, suggesties en twijfels.


Hopelijk wordt daar rekening mee gehouden.


Het toenemend aantal dochters en autonome bedrijven maken de taak van IF meer omvattend en moeilijker.


Nochtans is het voor ons, gemeenteraadsleden, essentieel dat IF de mensen en middelen krijgt om al deze bedrijven veel grondiger, dan in het beste geval steeksproefgewijze, te onderzoeken. IF is in feite onze enige houvast.


 


Ten slotte onze dank aan ieder die meegewerkt heeft aan de verstrekte documentatie.

Hugo Verelst
Gemeenteraadslid

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...