Tussenkomst naar aanleiding van begrotingswijziging

Deze punten werden technisch besproken in commissie.


Niet onder massale belangstelling en laaiend enthousiasme bij de meerderheid. Dat was voorbehouden voor een andere bevoegdheid van de schepen, nl. de geboortebeperking bij zwerfkatten.


Eigenaardig, want zelfs wij moeten toegeven dat, wanneer de taak van een schepen van financiën er in bestaat zoveel mogelijk middelen te vergaren en er zo weinig mogelijk uit te geven, hij daar wonderwel in geslaagd is.


Op een beperkt aantal jaren een provisie opbouwen van meer dan 400 miljoen euro (16 miljard oude frank), is niet niks en verdient enig respect.


Natuurlijk willen we dat onmiddellijk relativeren. Een gevulde kas impliceert niet noodzakelijk een goed beleid.


De florissante toestand van de stadskas is het gevolg van hogere inkomsten en minder uitgaven.


De laatste jaren stegen de inkomsten uit overdrachten, zoals het gemeentefonds en de opcentiemen constant. De crisis en de besparingswoede waar de hogere overheden voor staan, heeft de gemeenten nog niet bereikt. Maar het is meer dan waarschijnlijk dat de volgende jaren ook dit laatste en laagste bestuursniveau zal getroffen worden.


Meer inkomsten komen ook uit de dividenden. Sommige eenmalig door structurele hervormingen, en zo waren er de laatste jaren nogal wat, andere recurent stijgend.


Hierbij past de volgende bedenking.


Natuurlijk willen de intercommunales steeds meer winsten realiseren om aan hun aandeelhouders, o.m. de stad Antwerpen, uit te keren. Deze winsten worden echter grotendeels gerealiseerd op de kap van de bevolking.


Onlangs verklaarde de CREG dat de stijging van de gas en elektriciteitsprijzen niet te wijten zijn aan de producenten maar vooral aan de distributienetbeheerders. Die, en dat zijn uiteindelijk de gemeenten, hebben de prijzen fors doen stijgen, zodat de overheid nu al 65% van de energieprijs bepaald. Deze is verantwoordelijk voor een prijsstijging bij de consument voor 53 euro per jaar voor elektriciteit en 65 euro voor gas. Aldus de CREG.


En zeer recent vernemen wij dat ook de watermaatschappijen een prijsverhoging aankondigen. Ook om hun winsten te verhogen teneinde om de gemeentekassen te spijzen.


Dit college verklaart om de haverklap dat ze de belastingen niet verhoogd. Maar de stijgende dividenden zijn even goed een verdoken onrechtstreekse belastingverhoging.


Gezien de florissante toestand van de stadskas lijkt het ons billijk dat de stadsbelastingen als compensatie naar omlaag gaan. In economisch slechte tijden zouden bvb een afslanking van de vestigingstaks, de belasting op drijfkracht, op terrassen, reclame, enz welkom zijn. Zeker voor kleine bedrijven en middenstanders die het nu zo moeilijk hebben. Heel veel hoeft dat trouwens niet te kosten.


De kastoestand wordt ook bepaald door minder uitgaven. En hier valt op, hoe jaar na jaar, de begrote investeringen slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd. In 2009 slecht 68%. (Bij de districten zien we hetzelfde verschijnsel.)


Natuurlijk bespaart men hiermee. Men moet minder middelen overdragen naar de buitengewone begroting of men moet minder lenen.


Maar wanneer we aannemen dat elke investering nuttig en nodig is en bovendien helpt om de economie een extra steun te geven en iedere uitgestelde investering uiteindelijk meer gaat kosten dan oorspronkelijk berekend, is dit een nefaste evolutie.


En dan hebben we het nog niet over de grote dingen.


De zaken die de stad meer allure, meer aantrekkingskracht moeten geven.


Ik zit 15 jaar in deze gemeenteraad. En vanaf de eerste weken hoorde ik over plannen voor de aanleg van de kaaien teneinde de band tussen stad en Schelde te herstellen. Over een voetbalstadion de metropool waardig. Over het operaplein, Keyserlei, Rooseveldplaats om Antwerpen een aantrekkelijk stadscentrum te geven.


Maar ook na 15 jaar, blijft de heraanleg van de kaaien beperkt tot een niet uitgewerkte rudimentaire schets. Het voetbalstadion verstrikt en gestikt in een lachwekkende operette. En blijft het leest centrale plein van Antwerpen een stuk banaliteit waar zelfs het onkruid welig toert.


Investeren in Antwerpen is grotendeels herleid tot aankondigingspolitiek. In lengte van jaren. Deze trein der traagheid is een Antwerpse ziekte waar zoals nu blijkt, zelfs een eertijds dynamisch lijkende burgemeester onmachtig blijft.


En onder meer zo, spaart men inderdaad geld. Meer dan 400 miljoen euro. Dat 1,5% opbrengt ( terwijl men anderzijds leningen heeft lopen aan bijna 5%). Dit terzijde.


Geld dat ook opgespaard wordt om waarschijnlijk in verkiezingsjaar 2012, wie weet, een eerste spade te steken aan de kaaien, petroleum zuid of voor de opera. Juist genoeg om te bewijzen dat er iets gaat gebeuren, zonder dat de burger merkt dat werken ook hinder veroorzaken.


Dat is dan nog een optimistische visie.


Want het is even goed mogelijk dat in de besparingswoede die er lijkt aan te komen, ook de stad in een nabije toekomst zal getroffen worden door minder externe inkomsten en subsidies.


En meer uitgaven, o.m. voor onbetaalbaar wordende ambtenarenpensioenen, zoals blijkt uit de vooruitzichten die men kan puren uit de commentaar bij de pensioenafrekening.


Tot daar enkele politieke bedenkingen bij de budgetwijziging en rekening. Dit, ter relativering en tempering van overdreven enthousiasme.


Naar analogie bij de oorspronkelijke begroting zullen wij tegenstemmen bij de begrotingswijziging. De rekening zullen wij goedkeuren.

Hugo Verhelst
Gemeenteraadslid

Deze punten werden technisch besproken in commissie.


Niet onder massale belangstelling en laaiend enthousiasme bij de meerderheid. Dat was voorbehouden voor een andere bevoegdheid van de schepen, nl. de geboortebeperking bij zwerfkatten.


Eigenaardig, want zelfs wij moeten toegeven dat, wanneer de taak van een schepen van financiën er in bestaat zoveel mogelijk middelen te vergaren en er zo weinig mogelijk uit te geven, hij daar wonderwel in geslaagd is.


Op een beperkt aantal jaren een provisie opbouwen van meer dan 400 miljoen euro (16 miljard oude frank), is niet niks en verdient enig respect.


Natuurlijk willen we dat onmiddellijk relativeren. Een gevulde kas impliceert niet noodzakelijk een goed beleid.


De florissante toestand van de stadskas is het gevolg van hogere inkomsten en minder uitgaven.


De laatste jaren stegen de inkomsten uit overdrachten, zoals het gemeentefonds en de opcentiemen constant. De crisis en de besparingswoede waar de hogere overheden voor staan, heeft de gemeenten nog niet bereikt. Maar het is meer dan waarschijnlijk dat de volgende jaren ook dit laatste en laagste bestuursniveau zal getroffen worden.


Meer inkomsten komen ook uit de dividenden. Sommige eenmalig door structurele hervormingen, en zo waren er de laatste jaren nogal wat, andere recurent stijgend.


Hierbij past de volgende bedenking.


Natuurlijk willen de intercommunales steeds meer winsten realiseren om aan hun aandeelhouders, o.m. de stad Antwerpen, uit te keren. Deze winsten worden echter grotendeels gerealiseerd op de kap van de bevolking.


Onlangs verklaarde de CREG dat de stijging van de gas en elektriciteitsprijzen niet te wijten zijn aan de producenten maar vooral aan de distributienetbeheerders. Die, en dat zijn uiteindelijk de gemeenten, hebben de prijzen fors doen stijgen, zodat de overheid nu al 65% van de energieprijs bepaald. Deze is verantwoordelijk voor een prijsstijging bij de consument voor 53 euro per jaar voor elektriciteit en 65 euro voor gas. Aldus de CREG.


En zeer recent vernemen wij dat ook de watermaatschappijen een prijsverhoging aankondigen. Ook om hun winsten te verhogen teneinde om de gemeentekassen te spijzen.


Dit college verklaart om de haverklap dat ze de belastingen niet verhoogd. Maar de stijgende dividenden zijn even goed een verdoken onrechtstreekse belastingverhoging.


Gezien de florissante toestand van de stadskas lijkt het ons billijk dat de stadsbelastingen als compensatie naar omlaag gaan. In economisch slechte tijden zouden bvb een afslanking van de vestigingstaks, de belasting op drijfkracht, op terrassen, reclame, enz welkom zijn. Zeker voor kleine bedrijven en middenstanders die het nu zo moeilijk hebben. Heel veel hoeft dat trouwens niet te kosten.


De kastoestand wordt ook bepaald door minder uitgaven. En hier valt op, hoe jaar na jaar, de begrote investeringen slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd. In 2009 slecht 68%. (Bij de districten zien we hetzelfde verschijnsel.)


Natuurlijk bespaart men hiermee. Men moet minder middelen overdragen naar de buitengewone begroting of men moet minder lenen.


Maar wanneer we aannemen dat elke investering nuttig en nodig is en bovendien helpt om de economie een extra steun te geven en iedere uitgestelde investering uiteindelijk meer gaat kosten dan oorspronkelijk berekend, is dit een nefaste evolutie.


En dan hebben we het nog niet over de grote dingen.


De zaken die de stad meer allure, meer aantrekkingskracht moeten geven.


Ik zit 15 jaar in deze gemeenteraad. En vanaf de eerste weken hoorde ik over plannen voor de aanleg van de kaaien teneinde de band tussen stad en Schelde te herstellen. Over een voetbalstadion de metropool waardig. Over het operaplein, Keyserlei, Rooseveldplaats om Antwerpen een aantrekkelijk stadscentrum te geven.


Maar ook na 15 jaar, blijft de heraanleg van de kaaien beperkt tot een niet uitgewerkte rudimentaire schets. Het voetbalstadion verstrikt en gestikt in een lachwekkende operette. En blijft het leest centrale plein van Antwerpen een stuk banaliteit waar zelfs het onkruid welig toert.


Investeren in Antwerpen is grotendeels herleid tot aankondigingspolitiek. In lengte van jaren. Deze trein der traagheid is een Antwerpse ziekte waar zoals nu blijkt, zelfs een eertijds dynamisch lijkende burgemeester onmachtig blijft.


En onder meer zo, spaart men inderdaad geld. Meer dan 400 miljoen euro. Dat 1,5% opbrengt ( terwijl men anderzijds leningen heeft lopen aan bijna 5%). Dit terzijde.


Geld dat ook opgespaard wordt om waarschijnlijk in verkiezingsjaar 2012, wie weet, een eerste spade te steken aan de kaaien, petroleum zuid of voor de opera. Juist genoeg om te bewijzen dat er iets gaat gebeuren, zonder dat de burger merkt dat werken ook hinder veroorzaken.


Dat is dan nog een optimistische visie.


Want het is even goed mogelijk dat in de besparingswoede die er lijkt aan te komen, ook de stad in een nabije toekomst zal getroffen worden door minder externe inkomsten en subsidies.


En meer uitgaven, o.m. voor onbetaalbaar wordende ambtenarenpensioenen, zoals blijkt uit de vooruitzichten die men kan puren uit de commentaar bij de pensioenafrekening.


Tot daar enkele politieke bedenkingen bij de budgetwijziging en rekening. Dit, ter relativering en tempering van overdreven enthousiasme.


Naar analogie bij de oorspronkelijke begroting zullen wij tegenstemmen bij de begrotingswijziging. De rekening zullen wij goedkeuren.

Hugo Verhelst
Gemeenteraadslid

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...